Percent penningmeester

Religiosoft:

In het minimum algemeen rekeningenstelsel is een aparte grootboekrekening voorzien voor het “percent penningmeester”, namelijk MAR 2220. Het principe, waarvan de toepassing onderhevig is aan lokale gewoonten, is de afstammeling van het historische gebruik dat de penningmeester een vergoeding krijgt op basis van de “gewone” ontvangsten (binnen de oude regelgeving). Dit percent werd traditioneel vastgesteld op (maximum) 5% van de gewone ontvangsten en in de nieuwe wetgeving werd hiervoor dus een aparte grootboekrekening in het leven geroepen, zonder dat evenwel concrete richtlijnen werden gepubliceerd omtrent de vaststelling van dit percentage. 

Doorgaans gebruikt men als basis voor de berekening 5% van het totaal van de ontvangsten van hoofdfunctie 10 tot en met 14 (uit de jaarrekening van het voorbije boekjaar). Hoofdfunctie 15 (met thesaurievoorschotten en andere “tijdelijke” financieringen e.d.) wordt dus NIET meegeteld omdat hierdoor anders een vertekening zou kunnen ontstaan. Eventueel moet bekeken worden om de impact van creditnota’s (en andere “uitzonderlijke” boekingen, op artikels eindigend op “-9, andere”) te neutraliseren aangezien ook deze de ontvangsten opkrikken.

Concreet:

Om bij de opmaak van het budget 2012 (in de loop van 2011) het percent penningmeester te berekenen, baseert u zich dus op het totaal van de ontvangsten van hoofdfunctie 10 tot en met 14 uit de jaarrekening 2010 (de laatst goedgekeurde jaarrekening).



In geval van twijfel omtrent het toepassen van het percent penningmeester neemt u het best contact op met het centraal bestuur of het toezicht om dit samen te bekijken.

Gerelateerde trefwoorden
penningmeester, percent penningmeester


  Terug

Zoeken