Investeringsscenario's
Investeringsprojecten zijn vaak moeilijk in te plannen. Soms verloopt alles zoals gepland, andere keren wordt het project uitgesteld naar een volgend boekjaar of wordt het slechts gedeeltelijk uitgevoerd in een gepland boekjaar. Hieronder schetsen we de verschillende scenario’s in verband met investeringsprojecten.
Scenario 1: De investering wordt uitgevoerd zoals gepland
Stel:
In 2010 had u kredieten in uw budget opgenomen voor de renovatie van de kerktoren (dit was tevens het enige investeringsproject in 2010). U kreeg hiervoor in juli 2010 een toelage van 10.000 euro van de gemeente (geboekt op MAR 3100). De laatste factuur voor de renovatie werd betaald op 15/12/2010 (geboekt op MAR 4100), waardoor alles afgewerkt werd in boekjaar 2010, zoals gepland dus.
Dit is het ideale scenario waarbij alle voorziene kredieten werden opgebruikt en er geen overdracht van deze kredieten dient te gebeuren naar het volgende boekjaar. Het investeringsproject werd dus volledig afgewerkt in 2010.
Aangezien het investeringsproject integraal werd uitgevoerd (zowel aan ontvangsten- als aan uitgavenzijde), zal de jaarrekening 2010 een investeringsresultaat in evenwicht vertonen (los van eventuele overschotten / tekorten uit het verleden). Bijgevolg zal de Z-waarde in de jaarrekening 2010 0 bedragen.
Scenario 2: De geplande investering wordt volledig uitgesteld
Stel:
In 2010 had u in het budget kredieten voorzien voor de renovatie van de kerktoren (het enige investeringsproject in 2010). Door omstandigheden werd van dit investeringsproject niks gerealiseerd in 2010 en moet het bijgevolg volledig doorgeschoven worden naar boekjaar 2011.
Aangezien de investering in 2010 niet doorging, worden de (doorgeschoven) kredieten voor dit project opgenomen via een budgetwijziging 2011.
De jaarrekening 2010 vertoont voor dit project bijgevolg een evenwicht aan investeringenzijde aangezien er niks van inkomsten en uitgaven gerealiseerd werd. De Z-waarde zal dan ook 0 bedragen (los van eventuele historische tekorten / overschotten).
Scenario 3: De geplande investering wordt gedeeltelijk uitgevoerd en vertoont geen evenwicht (u hebt nog toelage tegoed voor reeds betaalde facturen of er is nog een toelage voorhanden die niet werd opgesoupeerd)
Stel:
- In 2010:
Voor de renovatie van de kerktoren ontving u in de loop van 2010 een gemeentetoelage van 10.000 euro. In het najaar van 2010 werd begonnen met de werken aan de kerk, en op 31/12/2010 was er reeds voor 7.000 euro aan uitgaven gedaan voor de renovatie van de kerk.
Uw jaarrekening 2010 vertoonde bijgevolg een investeringsoverschot (Z-waarde) van 3.000 euro aangezien er meer investeringsontvangsten (10.000) dan investeringsuitgaven (7.000) waren. Dit resterende bedrag wordt vervolgens in de loop van 2011 gespendeerd.
- In 2011:
Het investeringsoverschot van 3.000 euro uit 2010 moet in 2011 verwerkt worden via een budgetwijziging. Hoe kan dit weggewerkt worden? Door extra investeringsuitgaven (op een 4-rekening) te voorzien ter waarde van het investeringsoverschot uit 2010.
Concreet:
Het investeringsoverschot op de jaarrekening 2010 bedroeg 3.000 euro. In de budgetwijziging 2011 worden er vervolgens voor 3.000 euro extra investeringsuitgaven ingebracht (bv. op MAR 4100).
Door het ingeven van deze extra investeringsuitgaven in de budgetwijziging 2011 zal deze budgetwijziging een investeringstekort vertonen van 3.000 euro. De Z-waarde bedraagt dus -3.000, waardoor het investeringsoverschot uit 2010 is weggewerkt in boekjaar 2011.
- In 2012:
Het budget 2012 vertrekt van het investeringsoverschot uit 2010 dat in principe volledig is weggewerkt in 2011 via een budgetwijziging. Deze situatie wordt ook perfect geïllustreerd in het budget 2012.
Als we kijken naar de Y-waarde (investeringsoverschot uit de jaarrekening 2010), zullen we merken dat hier 3.000 staat ingevuld. Deze 3.000 wordt gecompenseerd door de Y’-waarde (afkomstig van het investeringstekort uit de budgetwijziging 2011) dat -3.000 bedraagt.
Beide bedragen heffen elkaar met andere woorden perfect op waardoor het investeringsresultaat van het budget 2012 in evenwicht is en de Z-waarde bijgevolg 0 is.
Hieronder wordt de situatie besproken die vertrekt van een investeringstekort (i.p.v. een investeringsoverschot) op de jaarrekening 2010:
Indien de renovatie volledig afgewerkt en betaald werd in 2010 maar de toelage hiervoor niet volledig werd ontvangen in 2010 (slechts 6.000 euro werd aan toelage betaald, de rest in 2011), dan zal de jaarrekening 2010 een investeringstekort vertonen van 4000 euro aangezien er meer investeringsuitgaven (10.000) dan investeringsontvangsten (6.000) waren. Deze 4.000 euro zou in 2011 betaald worden.
Hier dient u op eenzelfde manier te werk te gaan als in het geval van een investeringsoverschot op de jaarrekening 2010. Er dient namelijk een budgetwijziging 2011 te komen waarin dit tekort wordt weggewerkt. Dit kan gebeuren door die 4.000 euro aan kredieten te voorzien op MAR 3100. Het resultaat is dat er in de budgetwijziging 2011 een investeringsoverschot zal zijn van 4.000 euro.
Het investeringstekort en –overschot uit respectievelijk de jaarrekening 2010 en de budgetwijziging 2011 zullen elkaar opheffen in het budget 2012 (zie Y en Y’), met een Z-waarde in evenwicht tot gevolg.
Scenario 4: De geplande investering wordt gedeeltelijk uitgevoerd en vertoont een evenwicht (alle toelagen werden gespendeerd en alle facturen werden goedgekeurd)
Stel:
- In 2010:
Voor de renovatie van de kerktoren (het enige project in 2010) was in het budget 2010 een toelage voorzien van de gemeente van 10.000 euro. De gemeente besliste om de toelage in schijven te betalen op basis van de ingediende facturen voor het betreffende investeringsproject.
Op 31/12/2010 werd 40% van het investeringsproject reeds gerealiseerd. Concreet betekende dit dat er voor 4.000 euro aan uitgaven werd gedaan en dat de gemeente 4.000 euro van de totale toelage betaald had.
Uw jaarrekening 2010 vertoonde bijgevolg een investeringsevenwicht (Z-waarde = 0) aangezien er evenveel investeringsontvangsten (4.000) als investeringsuitgaven (4.000) waren.
- In 2011:
Aangezien in 2010 slechts 40% van het investeringsproject gerealiseerd werd, moet de rest van de renovatie van de kerktoren (de overige 60%) in 2011 plaatsvinden.
Doordat deze kredieten niet werden voorzien in het budget 2011, dienen deze aan de hand van een budgetwijziging alsnog te worden ingebracht. In principe zullen ook hier evenveel investeringsontvangsten als –uitgaven worden ingegeven, waardoor het investeringsresultaat in evenwicht zal zijn (Z-waarde = 0).
Er zijn dan ook geen consequenties voor het budget 2012 (in tegenstelling tot scenario 3).