Analyse van uw investeringsoverschot
Wanneer u als bestuur van de eredienst een investeringsoverschot hebt in uw jaarrekening dan is het aan te raden om in de aanvullende nota bij de jaarrekening hieraan een duidelijk omschreven bestemming te geven. Zo is het ook duidelijk voor de toezichthouder wat er met dit overschot zal gebeuren. Wanneer u voor uw investeringsproject een beroep doet op prefinanciering (bv. verdiscontering, renteloos thesaurievoorschot, …) dan is het noodzakelijk dat u dit opvolgt tegenover de definitieve financiering! Dit kan misschien de reden zijn van uw Z-waarde.
Voorbeeld
U hebt als bestuur van de eredienst een positieve Z-waarde in de jaarrekening 2010 (een overschot op investeringen). Idealiter moet dit weggewerkt worden via een budgetwijziging 2011 zodat in uw budget 2012 de Z-waarde mooi op nul komt. Vooraleer u tot een budgetwijziging kunt overgaan, moet u eerst nagaan waar dit overschot vandaan komt. Hoe u dit nu juist doet, vindt u hieronder terug:
Waar komt de Z-waarde vandaan?
Er zijn minimum drie mogelijkheden:
• Het overschot is eigen privaat kapitaal dat men nog niet heeft herbelegd
• Het is een overschot van de toelagen die men heeft ontvangen voor bepaalde investeringen
• Het is zowel eigen kapitaal als een overschot van de toelagen
Wanneer het om eigen private gelden gaat dan kunt u zonder enig probleem de gelden herbeleggen. Hiervoor gebruikt u MAR 436 (Investeringsbeleggingen). Gaat het om kapitaal van stichtingen dan kunt u MAR 440 (Beleggingen stichtingen) gebruiken.
Indien het gaat om overschotten van toelagen dan moet u het volgende nagaan: zijn er nog lopende investeringsprojecten?
Ja: u gebruikt het overschot voor de resterende uitgaven van de lopende projecten. U gebruikt hiervoor dan MAR 4…;
Nee: alle projecten zijn afgerond. Dan moet u een nieuwe bestemming geven aan dit bedrag. Overleg met de gemeente is verplicht! U hebt dan volgende mogelijkheden:
• reserveren voor een nieuw project
• terugbetalen
• reservefonds
• …
Hoe komt u aan het overschot?
Om nu juist te weten hoe u aan die bepaalde Z-waarde komt, kunt u ofwel kijken naar de laatst goedgekeurde jaarrekening (indien het overschot recent is) ofwel kijken naar de oudere jaarrekeningen en zo terugkeren naar het heden indien het overschot al enkele jaren wordt meegesleept.
PRINCIPE: IN ELKE JAARREKENING CONTROLEERT U HET EVENWICHT OP DE HOOFDFUNCTIES BIJ INVESTERINGEN EN DIT PER INVESTERINGSPROJECT.
Indien het overschot al vanaf 2007 wordt meegesleept, gaat u als volgt te werk:
1. U kijkt of er geen investeringsoverschot is in de jaarrekening 2007 (Vb. 15.000 euro). Op basis van de vorige jaarrekening gaat u na waaruit dit bestaat. U bepaalt dus eerst de herkomst van dit investeringsresultaat vooraleer u verder gaat met de analyse. Eventueel kunt u dit bij de gemeente nagaan.
2. U gaat na wat de Z-waarde is in de jaarrekening 2008. Is dit hoger dan het overschot in de jaarrekening 2007 dan is dit het gevolg van een onevenwicht in één van de hoofdfuncties onder investeringen.
Vb. U hebt 15.000 euro investeringstoelagen ontvangen en 10.000 investeringsuitgaven in de hoofdfunctie gebouwen van de eredienst.
Uw Z-waarde in de jaarrekening 2008 bestaat dan uit het overschot van 2007 (15.000) plus het onevenwicht van de investeringen in de jaarrekening 2008 (5.000)=> 20.000 euro.
3. U gaat na wat de Z-waarde is in de jaarrekening 2009. U controleert opnieuw het evenwicht op de hoofdfuncties.
Vb. U hebt 10.000 euro vervallen kapitaal en u hebt maar 5.000 euro herbelegd.
Uw Z-waarde in de jaarrekening 2009 bestaat dan uit het overschot van 2008 (20.000) plus het onevenwicht van de investeringen in de jaarrekening 2009 (5.000)=> 25.000 euro.
4. U gaat na wat de Z-waarde is in de jaarrekening 2010 en kijkt of er geen onevenwicht is op de hoofdfuncties.
Vb. U hebt vervallen stichtingen van 10.000 euro en die bent u vergeten te herbeleggen.
Uw Z-waarde in de jaarrekening 2010 bestaat dan uit het overschot van 2009 (25.000) plus het onevenwicht van de investeringen in de jaarrekening 2009 (10.000)=> 35.000 euro.
Dit is hoe u in de jaarrekening 2010 aan een positieve Z-waarde komt van 35.000 euro
TIP: Om het bovenstaande te visualiseren, kunt u het overzichtsrapport opvragen van het geactualiseerd meerjarenplan. Op pag. 2 ziet u in een oogopslag of er al dan niet een onvenwicht is per hoofdfunctie en dit voor alle goedgekeurde jaarrekeningen.
Uit wat bestaat het overschot van de jaarrekening 2010 dan precies?
Aan de hand van de bovenstaande analyse kunt u eenvoudig nagaan uit wat de Z-waarde bestaat (private gelden, investeringstoelagen, stichtingen, …), u gaat daarbij als volgt te werk:
Privaat patrimonium
2007: 15.000 euro (in de veronderstelling dat het om eigen private gelden gaat)
2008: /
2009: 5.000 euro (deel vervallen kapitaal dat niet werd herbelegd)
2010: /
Totaal privaat patrimonium is dan 20.000 euro.
Stichtingen
2007: /
2008: /
2009: /
2010: 10.000 euro (vervallen kapitaal dat niet werd herbelegd)
Totaal stichtingen is dan 10.000 euro.
Investeringstoelagen
2007: /
2008: 5.000 euro (overschot van een investeringstoelage)
2009: /
2010: /
Totaal investeringstoelagen is dan 5.000 euro.
Dit klopt want wanneer we alle bedragen optellen, bekomen we de Z-waarde van de jaarrekening 2010.
TOTAAL (20.000 euro privaat patrimonium, 10.000 euro stichtingen en 5.000 euro overschot investeringstoelagen) = Z-waarde jaarrekening 2010 (35.000 euro)
Dit betekent dat u als bestuur van de eredienst de 5.000 euro moet gebruiken voor investeringsprojecten en dat de rest van het overschot (20.000 euro privaat patrimonium, 10.000 euro stichtingen)van de jaarrekening 2010 herbelegd mag worden.
Hoe dit nu juist in zijn werk gaat, zie onderstaande link:
Een positieve Z-waarde, wat nu?
INFODOSSIER: budgetwijziging 2011