Het exploitatieresultaat (de N-waarde) in de jaarrekening
Religiosoft:
De N-waarde in de jaarrekening is het eindresultaat van de exploitatie voor dat boekjaar. Deze waarde wordt berekend op basis van alle ontvangsten (1-rekeningen + 9-rekeningen (exploitatietoelagen)), uitgaven (2-rekeningen, inclusief overboekingen op MAR 29) en de K-waarde (het exploitatieoverschot van het vorige boekjaar, wat eigenlijk het startsaldo was voor exploitatie voor het boekjaar onder beschouwing).
Voor de meeste kerkfabrieken zou de N-waarde in principe in de lijn moeten liggen van de K-waarde in dezelfde jaarrekening, behoudens grote schommelingen op de verwachte ontvangsten of uitgaven. Hoe hoger het exploitatieoverschot in een bepaald boekjaar, hoe groter de (positieve) impact op de exploitatietoelage van het budget dat erop wordt goedgekeurd: als men in 2008 een exploitatieoverschot had van 10.000 euro dan zal dit de exploitatietoelage van 2010 gevoelig naar beneden halen (hierbij wordt dan van die 10.000 euro (als K1) wel eerst nog de K2 afgehouden, met name de K-waarde in het budget van 2009, zodat er geen dubbele compensatie is).
In de meeste gevallen zal er op het einde van het boekjaar een overschot zijn op exploitatie. In uitzonderlijke gevallen kan er echter ook een exploitatietekort zijn. Dit kan meerdere oorzaken hebben:
1. de gemeente was net te laat met het uitbetalen van een schijf van de exploitatietoelage, waardoor de ontvangsten gevoelig lager liggen dan voorzien;
2. de kerkfabriek heeft onverwacht meer uitgegeven dan voorzien was in het budget, waardoor de overschrijdingen van het budget niet gedekt zijn door een ontvangst…
In het eerste scenario wordt dit tekort dan logischerwijs aangezuiverd in het volgende boekjaar op het ogenblik dat de laatste schijf effectief wordt gestort (dit gebeurt dan op MAR 901 – exploitatietoelage vorige boekjaren).
Er kan natuurlijk steeds overlegd worden met de stad/gemeente om de timing van de uitbetaling van de exploitatietoelage in de toekomst wat gunstiger te laten verlopen, zodat er geen onnodige cash-flow problemen ontstaan. Dergelijke praktische regelingen kunnen steeds vastgelegd worden in de afsprakennota bij het meerjarenplan.